Elk van de veertig dagen naar Pasen een andere psalm, dat is het idee. Net als in mijn onderzoek: psalmen in allerlei stijlen, ook vrije nieuwe teksten die als ‘psalm’ gepresenteerd worden.
Vandaag een nieuwe psalm van Sylvie Marie:
1.
het is nacht op zee
mijn kind'ren horen ’t ruisen
maar is het nog de zee
net zo goed is 't adem
van een rochelend monster
de nacht het hol van zijn buik
en op zijn we door geld
en op zijn we door hitte
hoe leg ik hen dan uit, Liefde
hoe verslaan we het gedrocht?
de weg naar boven of benee
uit zijn binnen is even lang
en de oudste die zegt verder
en de jongste zegt terug
en we blijven, blijven staan
op de bodem van zijn maag
2.
het is nacht in 't bos
mijn kinderen voelen schorsen
maar twijfel trekt ons haren
neen, takken zijn het niet.
is het ruwe geen grof grind
van een oude verlaten straat?
de nacht het kille stollen
van vers gegoten asfalt?
massa, kennis vult ons op
hoe wijs ik hen dan voorwaarts?
strek ik mijn rechterhand uit
tik ik meteen mijn voorhoofd aan
dan het midden van mijn borst
dan mijn linker- en rechterschouder
en ze doen mij na, de kind’ren,
onz' voeten zinken in ’t mos.
3.
het is nacht op de heuvel
mijn kind’ren zien de glooiing
kom, we draven in galop
weg en weer als zonnewind
deze grond is vruchtbaar,
stulpt er straks wat boven?
o, Liefde, zorg dat 't mooi is
jij kunt dat, alleen jij
want trots en hebzucht maakt ons op
de rest van d’aard is schraal
en deze top, hier moet iets komen,
iets zachts en lichts als lippen
iets traags en rond als heupen
iets warms en teers als ogen
dat gele sterren gaten
in het zwarte dak doet slaan
4.
het is nacht op de vlakte
mijn kind'ren proeven de bodem
ze spuwen het zuur uit
streng’len vingers in elkaar
ze brengen water, wijden rook
en smeken je, lieve Liefde
de spijs van 't duister te redden
en de tongen te laten tint’len
waanzin, drukte eet ons op
en we zitten op splinterstoelen
we geven elkaar de hand
sluiten ogen, buigen ’t hoofd
voor een lege kelk
voor gebroken brood
maar het kan, het kan, het kan
alles kan en maal zoveel.
5.
het is nacht in de stad
mijn kind’ren ruiken 't zwerfvuil
dit is de stad, de stad
en ik zeg het aan mijn kind’ren
dit is de stad, de stad
soms stinkt het en soms zien we
je onverwachts passeren,
o, Liefde, we voelen je ook
we ruiken en we proeven je
we horen je zelfs ook
het is de stad zijn harteklop
zijn ritme, dageraad
en dan doen ze het, de kind'ren
schuiven schellen van 't raam
en het klaarde op, o hemel
het klaarde toch zo op!