Antiphon for Chapter 5 (‘Making sense of the Psalms’), taken from Poesia Divina.
| De uitvinding van het lichaam Voor de uitvinding van het lichaam bewoog niemand. We zwommen ook niet, of wiegden zacht als zeewier. We groeiden aan als steenkoraal. Een buitenbeentje kroop aan wal en werd een voorbeeld. Wat eerst krom was, liep uiteindelijk recht. Een bos van benen besloot een dorp te beginnen. Het waren zonderlingen die over het wiel gingen zingen terwijl getemde lijven geurden naar vergeten vuren, verveling beet aan onze tenen. We vlooiden liederlijke lichamen en verzonnen een vorm van schaamte, vervolgens oorlog. Lawaaierige rook rond onze oren. Bouwden doolhoven om ons zoek te maken. In de hoeken hopen de herinneringen als vuilnis op. | The invention of the body Before the invention of the body, no one moved. Nor did we swim, or sway softly like seaweed. We grew like stony coral. A maverick crawled ashore and became an example. What was crooked at first eventually walked upright. A bunch of legs decided to start a village. They were eccentrics who started singing about the wheel While tamed bodies smelled of forgotten fires, boredom bit at our toes. We flew debauched bodies and invented a form of shame, then war. Noisy smoke wrapped around our ears. Built mazes to make us get lost. In the corners, memories pile up like garbage. |
All performances can be watched here.
| Lyrics: Maarten Inghels Performance: Maarten Inghels, Herentals, 28 September 2019 Photo: Alidoor Dellafaille (used with permission) |