Genemuider bovenstem is a particular style of psalm singing, originating from the town of Genemuiden in the Netherlands, in which a higher voice is added to the Genevan melody of the psalms. It has roots in liturgical contexts, and has been designated as Intangible Cultural Heritage. This article discusses the construction of singing communities in Genemuider bovenstem psalm singing as performed both in the Sunday worship practices of strictly Reformed church communities, and in collective regional singing events on weekdays that receive financial and practical support from the Dutch government. We present the results of empirical research in Genemuiden, demonstrating the existence of a mutually reinforcing overlap between church communities and the publics who attend psalm-singing events. Our work serves to further nuance extant theories that suggest that the eventization and heritagization of religious practices lead to a diminution in the status of church communities and of their control and ownership over their practices.
Read the article here.
‘Psalmzang met Genemuider bovenstem’ is een specifiek type psalmzang, dat ontstaan is in de regio Genemuiden (al zijn er vele vergelijkbare varianten die op andere plekken zijn ontstaan). Boven de Geneefse psalmmelodie, veelal gezongen ‘op hele noten’ en laag tempo, wordt een tweede melodie gezongen. Recent maakt het ‘bovenstemzingen’ een gedeeltelijke recontextualisatie door: naast de zondagse liturgie is er een groeiend aantal samenzangavonden doordeweeks. De praktijk is bovendien bijgeschreven op de inventaris Immaterieel Erfgoed en wordt in die zin (financieel en praktisch) ondersteund door de Nederlandse overheid (via het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland). In die zin is het psalmzingen met Genemuider bovenstem onderhevig aan erfgoedisering: een praktijk wordt gevalideerd als erfgoed en niet louter als religieuze praktijk, en verandert (deels) van routineuze/herhaalde praktijk in bijzonder, memorabel evenement.
In dit artikel bespreken we hoe de zingende groepen op zondag en doordeweeks zich tot elkaar verhouden. We laten zien dat er een wisselwerking plaatsvindt tussen de (deels overlappende) zingende groepen: de liturgische lokale context (zondag) biedt routine en een voedingsbodem zonder welke de evenementen (samenzangavonden) niet zo succesvol/effectief zouden zijn. Anderzijds inspireren de zangavonden (met deelnemers uit verschillende denominaties, met organisten en koren die er een bijzondere muzikale ervaring van maken) de deelnemers en laten hen (weer) de kracht van hun praktijk ervaren. Veel deelnemers aan de zangavonden kennen het psalmzingen (met of zonder bovenstem) vanuit hun jeugd, al bezoeken ze niet allen meer op regelmatige basis kerkdiensten. Personen met een leidende functie (organisatorisch, muzikaal, of m.b.t. het erfgoedtraject) zijn bijna allen nog actief in een kerkelijke gemeenschap waarin de psalmzang met bovenstem gangbare praktijk is.
Met deze resultaten nuanceren we theorieën die stellen dat de erfgoedisering en evenementisering van een praktijk ten koste gaat van de ‘originele’ lokale praktijk. Door erfgoedisering zou de lokale gemeenschap het eigenaarschap over haar praktijk verliezen (aan seculiere instanties/overheden), en door evenementisering zou de reguliere, routineuze praktijk het moeten ontgelden tegenover de ‘spectaculaire’ evenementen die publiekstrekkers zijn. Beide theorieën blijken hier niet op te gaan. De erfgoedisering is in gang gezet door deelenemers aan de lokale praktijk (organisten, zangers uit de kerken in Genemuiden), die evenwel betrokken blijven in hun kerkelijke gemeenschappen en de praktijk niet uit handen hebben gegeven aan erfgoedinstanties. Ook concurreren de samenzangavonden niet met de liturgische praktijk, maar bieden ze een breder publiek (inclusief liefhebbers uit Genemuider kerken) bijzondere ervaringen, die sommigen van hen weer motiveert in het psalmzingen in hun eigen kerkelijke gemeente. Anderen, ook uit de bredere regio, komen naar de zangavonden zonder de psalmzang met bovenstem te praktiseren op zondag. Kortom, de erfgoedisering en evenementisering van psalmzingen met Genemuider bovenstem behelst geen verhuizing uit de zondagse liturgie van een lokale gemeenschap, maar een uitbreiding van mogelijkheden tot deelname aan het psalmzingen met bovenstem, mogelijkheden die elkaar bovendien niet uitsluiten: iemand kan eraan deelnemen in een kerkelijke gemeente, in een koor, in een ad hoc collectief (de ‘bovenstemgroep’), etc.
Daarbij moet wel opgemerkt worden dat verschillende biografische factoren van belang zijn, en dan met name gender: organisten zijn veelal (of uitsluitend) mannelijk, de koren zijn mannenkoren, organisatoren zijn veelal (of uitsluitend) mannelijk, sprekers zijn mannelijk, en ook in de kerk zijn hoofdrolspelers hoofdzakelijk mannelijk (dominee/voorganger, kerkenraad). In een erfgoedisering en evenementisering van een praktijk zouden ook sociale rollen en hiërarchieën rond die praktijk kunnen mee-transformeren, maar dat lijkt vooralsnog niet te gebeuren.
Henk Vogel, Mirella Klomp, and Marcel Barnard. “Singing apart together: Communities and the Heritagization and Eventization of Genemuider bovenstem Psalm Singing in the Netherlands.” Journal of Religion in Europe (2023), DOI: 10.1163/18748929-bja10084.