Qui regis – Psalm 80 ‘neogotisch’

De laatste tijd ben ik geboeid door de mogelijkheden van andere/oudere stemmingen: sommige samenklanken (akkoorden) klinken daarin vaak bijzonder zuiver, terwijl andere juist wranger klinken dan we tegenwoordig gewend zijn met gelijkzwevende stemmingen. Moderne stemmingen zijn een soort compromis waardoor je alle harmonieën in alle toonsoorten kunt spelen, zonder dat je tegen beperkingen aanloopt van die wrange samenklanken. Tegelijk mis je ook de zuiverheid die je in oude stemmingen kunt tegenkomen. Een handig compromis, maar zoals veel compromissen mis je soms de scherpe randjes.

En zo ging ik aan de slag met de Geneefse Psalm 80, een melodie gebaseerd op een ouder, voor-reformatorisch gregoriaans paasgezang: Victimae paschali laudes. Uiteindelijk kwam ik tot een zevendelige variatiereeks, losjes gebaseerd op de zeven berijmd coupletten (berijming 1967). Voor de video zocht ik er foto’s bij van (neo)gotische kerken:

Versus I. Als opening een driestemmige koraalzetting met in de video een foto genomen in de kathedraal van Canterbury: omhoog kijkend naar het licht. “Laat lichten ons uw aanschijn, Heer, doe ons opstaan en help ons weer.”

Versus II. Een bicinium (een soort duet): in de linkerhand de melodie, terwijl de rechterhand een versierde tegenstem speelt. In de tegenstem van de laatste regel is goed het effect van de oudere stemming (middentoonstemming) te horen. Op de foto zie je een engel uit de Notre-Dame van Amiens: “Die troont daar op de cherubim, gedenk uw dienaar Efraïm, laat zijn gebed niet onverhoord!”

Versus III. Een driestemmige koraalzetting, met de melodie in de middenstem. De tekst van dit vers is donker, bewegend naar een gebed om licht – de foto vanuit Washington onderstreept dat. De muziek begint daarom vrij laag en beweegt langzaam tóch omhoog, tegen de klippen op. “Gij spijzigt ons met tranenbrood, Gij drenkt ons hart met spot en nood; laat lichten ons uw aanschijn, Heer, doe ons opstaan en help ons weer.”

Versus IV. Weer een bicinium: deze keer de melodie in de rechterhand, terwijl de linkerhand druk bewegend varieert op de melodie. De tekst rept op dit punt van het uitgraven van een wijngaard, die tot volle bloei komt (zie de foto uit de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen). Het graven heb ik in de linkerhand verbeeldt: “Gij hebt een wijnstok uitgegraven (…) en hem naar Kanaän verplant. Daar kwam hij eerst tot volle groei, berg na berg dekkend met zijn bloei.”

Versus V. Voor het eerst een vierstemmig koraal, nu met de melodie diep in de bas. Het geheel klinkt daardoor en, door de gekozen harmonieën, in deze stemming ook wat wrang. De tekst liegt er dan ook niet om: de wijngaard is een godverlaten woestenij geworden, een straf misschien? De foto is genomen in de prachtige basiliek van Vézelay, waar in een kapiteel de aanbidding van het gouden kalf is verbeeld – met een uitgelaten dansend duiveltje erbij. “Te gronde gaat uw heerlijk goed. (…) O God, machtige God, keer weer!”

Versus VI. De psalmdichter begint z’n geduld te verliezen, vandaar dat ik in dit deel de melodieregels laat overlappen – de ene zin is nog niet uitgezongen, of een andere stem valt al in met de volgende regel. De toonladders naar beneden verklanken heel eenvoudig, bijna naïef: “Zie van uw hoge hemel neder.”

Versus VII. Toch breekt in het slotvers het licht van bevrijding al bijna door; de psalmdichter ziet het al voor zich en herkent in allerlei licht tekenen van de Eeuwige (“een sterrenbeeld, een dageraad”) – een besef dat ook de bouwers van de basiliek van Vézelay vertrouwd was (zie foto). Tegelijk is het een dringend gebed, omkoping bijna – voor wat hoort wat: bevrijd ons, en “dan zullen wij niet van u wijken.” Het bijna drammerige en tegelijk hoopvolle aandringen is te horen in de pulserende, snel wisselende akkoorden – als bonzend op een deur.

Bestel de bladmuziek hier.

Foto: Guillaume de Germain via Unsplash

Plaats een reactie