Advent 1 / Ad te levavi

Ik vermoed dat ik niet de enige ben die met lichte weemoed terugdenkt aan Echo van Eeuwigheid, Antoine Bodars zondagochtendprogramma op Radio 4. Een baken in de tijd dat het verdient overeind gehouden te worden. Ziedaar de aanleiding voor deze serie pastiches vol muziek, poëzie en beeld – rustig gaand op de adem van het jaar, de seizoenen door.


Vandaag begint de tijd van Advent. Hoewel de Advent traditioneel gezien wordt als het begin van het nieuwe liturgische jaar, hangt zij toch ook sterk samen met de zondagen die eraan voorafgaan. Het blijft gaan om hoop en verwachting: vrede, gerechtigheid en wederkomst. De Advent geeft evenwel een concreet Messiaanse invulling aan de verwachting van de ‘zondagen der Voleinding’.[1] Vandaag: Ad te, Domine, levavi – Tot u, Heer, stijgt mijn verlangen. Op u, mijn God, is mijn vertrouwen (zie luisterlijst):

Goedemorgen, luisteraar.

Wegen van God

De introïtustekst van vandaag (in bijvoorbeeld het Missale Romanum en het Evangelisch-Lutherse Dienstboek) komt uit Psalm 25 en spreekt van verlangen naar rechtvaardigheid, een verlangen dat in de profetenlezing van vandaag vervulling krijgt. Ook bidt de psalm  ‘ai, maak mij uwe wegen door uw woord en geest bekend…’ en Jesaja zegt:

[…]
Laten we optrekken naar de berg van de HEER,
naar de tempel van Jakobs God.
Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen,
en wij zullen zijn paden bewandelen.’
[…][2]

De vraag uit de psalm krijgt een antwoord in de profetie. Geen wonder dat vervolgens vaak voor Psalm 122 gekozen wordt als dankbare antwoordpsalm of acclamatie:

Incontinent que j’eus ouy:
Sus, allons le lieu visiter,
Où le Seigneur veut habiter:
Ô que mon coeur s’est resiouy!
Or en tes porches entreront
Nos pieds, et se iour y feront,
Ierusalem la bien dressée,
Ierusalem qui t’entretiens,
Unie avecques tout les tiens,
Comme cité bien policée.[3]

Bijna dag

De epistellezing roept vervolgens op om als voorbereiding op de dag van de Heer af te zien van vleselijke verlangens en als Christus – vol liefde – te worden.[4] De thematiek en het vocabulaire van de lezing doen denken aan ‘So, we’ll go no more a-roving’ van Lord Byron (1788-1824). Leonard Cohen zingt het als openingsnummer op het album Dear Heather (2004 – luisterlijst)[5]:

So we’ll go no more a-roving

So we’ll go no more a-roving
so late into the night,
though the heart be still as loving,
and the moon be still as bright.

For the sword outwears its sheath,
and the soul outwears the breast,
and the heart must pause to breathe,
and love itself have rest.

Though the night was made for loving,
and the day returns too soon,
yet we’ll go no more a-roving
by the light of the moon.

Het lijkt bijna een reactie op de brieflezing, zoals we dat ook in een bekend Adventslied aantreffen: ‘Die Nacht ist vorgedrungen, der Tag ist nicht mehr fern.’ De tekst van dit prachtige lied wordt nog indringender als we bedenken dat Jochen Klepper (1903-1942) ter voorkoming van deportatie van beide joodse stiefdochters met zijn gezin vrijwillig de dood zocht en in die donkere tijd tóch het volgende gedicht kreeg (luisterlijst):[6]

Noch manche Nacht wird fallen
auf Menschenleid und -schuld.
Doch wandert nun mit allen
der Stern der Gotteshuld.
Beglänzt von seinem Lichte,
hält euch kein Dunkel mehr.
Von Gottes Angesichte
kam euch die Rettung her.

Gott will im Dunkel wohnen
und hat es doch erhellt!
Als wollte er belohnen,
so richtet er die Welt!
Der sich den Erdkreis baute,
der läßt den Sünder nicht.
Wer hier dem Sohn vertraute,
kommt dort aus dem Gericht.

Mythologie

De brieflezing, Cohens poëzie en het adventslied maken duidelijk: er komt een einde aan onrust, onvrede en onrechtvaardigheid – zoals dat het geval was in het verhaal van Noach en de zondvloed. Dat is tenminste de verbinding die de evangelielezing van vandaag legt:

Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt.[7]

Tot op de dag van vandaag laaien visioenen van radicaal nieuwe tijden als bovenstaande af en toe opnieuw op. In cycli van enkele decennia (gokje) begint er weer eens een collectief gevoel te broeien dat ‘alles binnenkort wel eens helemaal anders zou kunnen zijn’. Volgens Wouter  Prins geeft Wassily Kandinsky (1866-1944) duidelijk blijk van een dergelijk geloof in een radicale omwenteling:

Er zou een nieuw tijdperk aanbreken waarbinnen voor de kunstenaar een voortrekkersrol zou zijn weggelegd. Kandinksy vergeleek het maken van een schilderij met het herscheppen van de wereld, dat noodzakelijkerwijze begint met een catastrofe, een chaotisch gebrul, om naar het einde toe te culmineren in een symfonie van kleuren.[8]

Kandinksy grijpt daarbij naar oude Bijbelse motieven: de zondvloed, de opstanding en het laatste oordeel zijn terugkerende noties in zijn werk.

display_image

Wassily Kandinsky, Improvisatie Zondvloed, 1913, olie op doek, 95 x 105 cm, Städtisches Galerie im Lenbachhaus, München

Maar waarom zouden we een verlangen naar vrede en gerechtheid in oude vormen en woorden gieten?

Ik vrees dat we het daarmee moeten doen: oude woorden – oude woorden die we evenwel kunnen kneden naar onze dagen, mythes die we zelf kunnen leven. Misschien kunnen we Cohens klampen aan mythologie zoals hieronder door hemzelf beschreven betrekken op het lied dat we hoorden, het schilderij dat we zagen, de tekst die we lazen:

Ik wil verder experimenteren met de mythe, ze toepassen op het leven van vandaag en ze afzonderen in de ervaring van vandaag, om zo nieuwe mythes te maken en oude te wijzigen. Ik wil een mythische tijd in mijn gedichten stoppen, zodat ze gelijkgeschakeld kunnen worden met elke waarachtige fabel of song, en toch nog steeds betrekking hebben op onze tijd, en de gedichten in onze eigen lucht hangen.[9]

Daarom is het dat lutheranen als zondagslied het Lutherlied ‘Nun komm, der Heyden Heyland’ voor deze zondag hebben gekozen en men het kan blijven zingen. Oude woorden om te kneden naar onze dagen, als mal voor ons verlangen:


[1] Commissie voor het Dienstboek van het Samenwerkingsorgaan voor de Eredienst, Dienstboek. Een proeve (Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum, 1998): 907.

[2] Jesaja 2:3, Nieuwe Bijbelvertaling (2004).

[3] Théodore de Bèze (1562). Mijn vertaling:

Ik was verheugd dat ik hoorde:
‘Toe, bezoeken wij de plaats
waar de Heer wil wonen!’
Ach, hóe mijn hart zich verblijdde!
Nu in uw poorten binnentreden
onze voeten en daar vandaag blijven:
Jeruzalem, de welgebouwde!
Jeruzalem, dat wij binnentreden –
verzameld met al de uwen,
welk een goedbewaarde stad!

[4] ‘Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de de wet vindt zijn vervulling in de liefde. U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toewn we tot geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht.’ Romeinen 13:8-12, Nieuwe Bijbelvertaling (2004).

[5] Zie ook Francis Mus, De demonen van Leonard Cohen (Tielt: Uitgeverij Lannoo nv, 2015), 219.

[6] Ad den Besten, ‘130’, Compendium bij de gezangen uit het Liedboek voor de Kerken, Eds. W. de Leeuw, Th.J.M. Naastepad, W.G. Overbosch, W. Vogel, J. Wit. (Amsterdam: Prof. Dr. G. van der Leeuw-stichting, 1977), 361.

[7] Matteüs 24:37-39, Nieuwe Bijbelvertaling (2004).

[8] Wouter Prins, ‘Ark van Noach’, De Bijbel cultureel. De Bijbel in de kunsten van de twintigste eeuw, Eds. M. Barnard en G. van de Haar. (Zoetermeer/Kapellen: Uitgeverij Meinema/Uitgeverij Pelckmans, 2009): 53.

[9] Geciteerd in Ira B. Nadel, Various Positions. A Life of Leonard  Cohen (Austin: University of Texas Press, 2007), 46. Vertaling ontleend aan Francis Mus, 141.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s