Tijd door het jaar / Epifanie 5

Ik vermoed dat ik niet de enige ben die met lichte weemoed terugdenkt aan Echo van Eeuwigheid, Antoine Bodars zondagochtendprogramma op Radio 4. Een baken in de tijd dat het verdient overeind gehouden te worden. Ziedaar de aanleiding voor deze serie pastiches vol muziek, poëzie en beeld – rustig gaand op de adem van het jaar, de seizoenen door.


Vandaag is het de vijfde zondag na Epifanie, die ook wel vijfde zondag van de ‘Tijd door het jaar’ genoemd wordt. ‘Tijd door het jaar’: de tijd tussen Kerst en Veertigdagentijd (dat is Epifaniëntijd), die vanaf Pinksteren weer doorloopt tot Advent. Ordinary Time in de liturgische basiskleur groen, buiten vasten en feest.

Vandaag klinkt als groots statement het introïtus:

Goedemorgen luisteraar.

Te horen was het Gesualdo Consort Amsterdam dat van Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) de 97e psalm zong. Een psalm die groots rept van Gods majesteit:

De heer is koning: de aarde juicht,
verheugd zijn de vele eilanden.

Voor Hem staan dienaren van afgoden beschaamd,
zich beroemend op voze goden:
alle goden moeten zich neerwerpen voor Hem.

De heer heeft iedereen lief die het kwade haat;
Hij behoedt het leven van zijn getrouwen,
Hij bevrijdt hen uit de macht van de bozen.
Dat licht overstraalt de rechtvaardigen,
die vreugde de zuiveren van hart.
Rechtvaardigen, verheug u over de heer,
prijs en dank zijn heilige naam.1

Het is duidelijk dat we hier met een God enig-in-zijn-soort te maken hebben. Een God uit één stuk, die het kwaad afkeurt, maar rechtvaardigheid en trouw hoog in zijn vaan draagt. Die licht en vreugde wil geven aan zuiveren van hart en hypocrisie verwerpt, zo blijkt uit de profetenlezing vandaag:

Dag na dag zoeken zij Mij,
verlangend mijn wegen te kennen,
als gold het een volk dat gerechtigheid beoefent,
en het recht van zijn God niet verwaarloost.
Rechtvaardige oordelen vragen zij Mij,
verlangend naar Gods nabijheid.
‘Waarom ziet U niet dat wij vasten,
merkt U niet dat wij ons vernederen?’
Op de dag dat u vast zoekt u nog uw voordeel,
en beult u uw slaven af.
U kijft en krakeelt als u vast
en slaat er boosaardig met uw vuisten op los.
Zie, bij een vasten als dit
dringt uw stem niet in den hoge door.
Is dat soms het vasten dat Ik verkies,
is dat een dag waarop de mens zich vernedert?
Zijn hoofd als een riet laten hangen
en op de grond liggen in zak en as:
noemt u dat soms vasten,
en een dag die de heer behaagt?2

Israël is gedeporteerd naar Babylon en wil door te vasten de goden weer gunstig stemmen, maar zo blijkt het niet te werken: uiterlijk vertoon is niet genoeg en God blijft uit het zicht.

Ver weg

God is uit het zicht, ver weg – in een Jeruzalem of hemel met zichzelf. Een dergelijke ervaring lijkt ook aan de orde in de profetenlezing van de Lutheranen op deze zondag:

Iedereen roept het uit van vreugde,
en tot in het Westen jubelt men om de grootheid van de heer.
Verheerlijk de heer in het land van het licht,
verheerlijk de naam van de heer, Israëls God, op de eilanden van de zee.
Vanaf het uiteinde van de aarde horen wij liederen zingen:
‘Hulde aan de Rechtvaardige.’
Maar ik zeg:
‘Ik ben uitgeput, ik kan niet meer, wee mij!
Geweldenaars plegen geweld,
geweldenaars plegen steeds weer geweld!’3

Ergens, in een licht land, wordt een god geloofd, maar in Babylon is enkel een wrange weerklank te horen en blijft het donker (luisterlijst):

By the rivers dark
I wandered on.
I lived my life
In Babylon.

And I did forget
My holy song
And I had no strength
In Babylon.

By the rivers dark
Where I could not see
Who was waiting there
Who was hunting me.4

Cohen weet hier een universele ervaring te raken: elders worden misschien liederen ten gode opgeschreven en aangeheven – hier echter: I did forget my holy song and I had no strength in Babylon. Niets dan leegte en donkere verlatenheid. Sam Cooke – een ander rivierkind – vond echter tóch een lied van hoop, van horizon. Bij monde van Otis Redding klinkt het (luisterlijst):

I was born by a river in this little old tent
Oh just like this river I’ve been running ever since
It’s been a long, long time coming
But I know, but I know a change is gotta come
Oh yes it is…

(…)

It’s been a time that I thought
Lord this couldn’t last for very long
But somehow I thought I was still able to try to carry on
It’s been a long long time coming
But I know a change is gonna come
Oh yes it is…5

En hij doet ons daarmee onze Psalm 126 hervinden:6

Rechtschapen

Cohens Babylon was duister, maar Sam Cooke, Otis Redding en deze psalmdichter zien het minder somber in – hoe weerbarstig de dagelijkse praktijk van racisme (Cooke) of ballingschap (Psalm 126) ook. Ze spreken van hoop, maar kaderen die nauwelijks in: het is als een droom, I know a change is gonna come. Blijkbaar is het mogelijk in een donkere werkelijkheid genoeg te hebben aan slechts een vage streep licht van ver weg.

Als we terugkeren naar die eerste profetenlezing (over het verkeerde vasten), zien we ook daar dat het vrolijk-vrome lied van ver weg, uit dromen misschien, tóch ook hier kan klinken:

Is dít niet het vasten zoals Ik het verkies:
boosaardige boeien losmaken,
de banden van het juk losmaken,
de onderdrukten hun vrijheid hergeven,
en alle jukken doorbreken?
Is vasten niet dit:
uw brood delen met wie honger heeft;
arme zwervers opnemen in uw huis;
een naakte kleden die u ziet
en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder?
Dan breekt uw licht als de dageraad door
en groeien uw wonden spoedig dicht;
dan gaat uw gerechtigheid voor u uit,
en sluit de heerlijkheid van de heer uw stoet.
Als u dan roept, geeft de heer u antwoord,
en smeekt u om hulp, dan zal Hij zeggen: ‘Hier ben ik!’
Als u het juk uit uw midden verwijdert,
geen vinger bedreigend meer uitsteekt
en geen valse aanklachten indient;
de hongerige aanbiedt wat u voor uzelf verlangt
en de onderdrukte met voedsel verzadigt,
dan zal uw licht in de duisternis opgaan,
uw nacht als de heldere middag zijn.7

God belooft dat goede mensen zijn nabijheid en licht mogen verwachten. Vandaar ook dat katholieken en Anglicanen aansluitend psalm 112 zingen:

Halleluja.
Gelukkig de mens die de heer vreest
en steeds vreugde vindt in zijn geboden:
zijn nazaten zullen machtig zijn in het land,
rechtschapenen worden gezegend.
Voor de rechtschapenen daagt licht in het duister:
genadig, barmhartig, rechtvaardig.
Het gaat goed met degene die belangeloos uitleent
en in eerlijkheid handel drijft.
Met gulheid deelt hij aan armen uit.
Aan zijn voorspoed komt geen einde;
zijn hoorn is hoog opgericht.8

Deze psalm is veelvuldig getoonzet, vaak in het Latijn (Beatus vir – ‘gelukkig de mens’), en misschien wel het bekendst door Claudio Monteverdi (1567-1643):9

Aan rechtschapenen wordt Goddelijke nabijheid en licht beloofd, maar die belofte gaat in de profetenlezing en de antwoordpsalm gepaard met concrete aanwijzingen: vrijheid, voedsel en onderdak delen met alle behoeftigen. Vandaag klinkt de epistellezing dan ook als volgt:

Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven. Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van één lichaam. En wees dankbaar. Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen. Leer en vermaan elkaar met alle wijsheid. Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen. Doe alles wat u in woord of daad verricht in de naam van de Heer Jezus, God de Vader dankend door Hem.10

Wellicht reikte deze lezing de woorden aan voor een bekend gebed dat toegeschreven is aan Franciscus van Assisi (1182-1226). Het sluit er in ieder geval naadloos bij aan (Arianna Savall zingt het in de luisterlijst als ‘Preghiera’11):

Heer, maak mij een instrument van uw vrede.
Waar haat het hart verscheurt,
laat mij liefde brengen.
Waar wordt beschuldigd,
laat mij vergeving schenken.
Waar verdeeldheid mensen van elkaar vervreemdt,
laat mij eenheid stichten.
Waar twijfel knaagt,
laat me geloof brengen.
Waar dwaling heerst,
laat me waarheid uitdragen.
Waar wanhoop tot vertwijfeling voert,
laat hoop doen herleven.
Waar droefenis neerslachtig maakt,
laat me vreugde brengen.
Waar duisternis het zicht beneemt,
laat me licht ontsteken.

Maak dat wij niet zozeer zoeken
om getroost te worden,
als wel om te troosten.
Om begrepen te worden
als wel om te begrijpen.
Om bemind te worden
als wel om te beminnen.

Want wij ontvangen door te geven.
Wij vinden door onszelf te verliezen.
Wij krijgen vergeving door vergeving te schenken
en wij worden tot eeuwig leven geboren
door te sterven.

De paradoxale inhoud van de laatste strofe doet denken aan de zaligsprekingen van Christus op de berg, waarin telkens mensen worden gelukkig geprezen van wie je het niet zou verwachten: armen van geest, treurenden, zachtmoedigen, hongerigen, vervolgden.12

Vladimir Martynov (1946) schreef een koorwerk op de tekst van die zaligsprekingen, dat eindigt met een steeds zachter gezongen woordje ‘hemel’ – zoals voor de ballingen het lied van hoop ook een lied van ver was (‘The Beatitudes’ in de luisterlijst):13

God en mens

Om die hemel hier op aarde dichtbij te brengen zijn, getuige de lezingen, mensen nodig die het goede willen doen.14 Wie behoeftigen bijstaat, ontfermt zich over God zelf. Mensen die nederig willen zijn, niet vol van zichzelf, maar leeg, om vervolgens gevuld te worden met een goede geest. Dat is tenminste hoe architect Tadao Ando (1941) het spirituele leven voor zich ziet en met zijn ontwerpen wil stimuleren. Neem bijvoorbeeld zijn Church of the Light (Osaka, Japan, 1989 – zie links), die als kale ruimte een lege en open geest bij de in de kerk aanwezigen moet opwekken.15 Ook moet de vormgeving het besef doen opkomen dat het sacrale en het seculiere, het hemelse en het aardse elkaar veelal rakelings nabij zijn. De doorkruisende lichtstralen zeggen ons: donker Babylon en lichtend Jeruzalem liggen soms slechts aan twee zijden van dezelfde smalle rivier of doorkruisen elkaar zelfs. God als mens, mens als god. In nederigheid zijn ze enig-in-hun-soort, bijna uit één stuk, maar zouden we ze herkennen?

Omdat Hij niet ver wou zijn
is de Heer gekomen.
Midden in wat mensen zijn
heeft Hij willen wonen.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Overal nabij is Hij
menselijk allerwegen.
Maar geen mens herkent Hem, Hij
wordt gewoon verzwegen.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

God van God en licht van licht
aller dingen hoeder
heeft een menselijk gezicht
aller mensen broeder.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Wilt daarom elkander doen
alle goed geduldig.
Weest elkaar om zijnentwil
niets dan liefde schuldig.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Weest verheugd, van zorgen vrij:
God die wij aanbidden
is ons rakelings nabij,
wonend in ons midden.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.16

(staat in de luisterlijst)


1 Psalm 97:1, 7, 10-12, Willibordvertaling (1995).

2 Jesaja 58:2-5, Willibrordvertaling (1995).

3 Jesaja 24:14-16, Willibrordvertaling (1995).

4 Eerste drie strofes uit ‘By the Rivers Dark’ van Leonard Cohen, gezongen samen met Sharon Robinson (Ten New Songs, 2001).

5 Otis Redding, ‘A Change Is Gonna Come (Otis Blue, 1965).

6 Psalm 126 is het Gradualegezang van de Lutheren op deze zondag. Dit is een bewerking van Huub Oosterhuis (tekst) en Bernard Huijbers (muziek), de opname komt van de cd Laat mij maar zingen (Mirasound, 2013).

7 Jesaja 58:6-10, Willibrordvertaling (1995).

8 Psalm 112:1, 2, 4, 5, 9, Willibrordvertaling (1995).

9 Hier uitgevoerd door Concerto Italiano, onder leiding van Rinaldo Alessandrini.

10 Kolossenzen 3:12-17, Willibordvertaling (1995). Dit is de epistellezing van de Lutheranen op deze zondag.

11 Arianna Savall, ‘Preghiera’ (Peiwoh, 2009).

12 Zie Matteüs 5:3-11: ‘Gelukkig die arm van geest zijn, want hun behoort het koninkrijk der hemelen. Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden. Gelukkig die zachtmoedig zijn, want zij zullen het land erven. 6 Gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Gelukkig die barmhartig zijn, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Gelukkig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid, want hun behoort het koninkrijk der hemelen. Gelukkig zijn jullie, als ze jullie uitschelden en vervolgen en je van allerlei kwaad betichten vanwege Mij.’ (Willibordvertaling, 1995).

13 Conspirare onder leiding van Craig Hella Johnson, ‘The Beatitudes’ (The Sacred Spirit of Russia, 2014).

14 Zie Matteüs 5:13-16 (evangelielezing bij katholieken en Anglicanen): ‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout krachteloos wordt, waar moet je het dan mee zouten? Het deugt alleen nog maar om weggegooid en door de mensen vertrapt te worden. Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt. Je steekt een lamp niet aan om haar onder de korenmaat te zetten, maar je zet haar op de kandelaar, en dan schijnt ze voor allen in huis. Laat zo jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede werken zien en jullie Vader in de hemel verheerlijken.’ (Willibrordvertaling, 1995).

15 Zie ‘Church of the Light’, en.wikipedia.org (beschikbaar via https://en.wikipedia.org/wiki/Church_of_the_Light).

16 Huub Oosterhuis, ‘Omdat Hij niet ver wou zijn’ (lied 528 uit Liedboek, 2013). Opname van de cd Laat mij maar zingen (Mirasound, 2013).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s